Recensie Herdenkingsconcert 4 mei 2018

Herdenkingsconcert door het Gelders Oratorium Koor, 4 mei 2018
Dodenherdenking en een requiem. Een geheide combinatie. Menig koor gebruikt de eerste week van mei om Fauré uit de kast te halen of Mozart van de plank te pakken.
Het Gelders Oratorium Koor zocht een andere componist om het herdenken vorm te geven en vond deze in Bob Chilcott. Wie? Nou die dus. De beste man is geboren in 1955, was als kind lid van het “Choir of King’s College (Zij namen in 1967 het requiem van Fauré op. De solo in het Pie Jesu werd gezongen door… juist!). In de periode 1985 tot 1997 was Chilcott tenor bij “the King’s Singers. Daarna legde hij zich toe op dirigeren en componeren. In 2010 werd zijn requiem voor het eerst uitgevoerd.
Een modern componist dus en een modern werk. Spannend. Dat het GOK affiniteit heeft met hedendaags werk lieten ze eerder horen door “The Sunrise Mass” uit te voeren van Ola Gjeilo. Die uitvoering liet grote indruk achter en ik kan nu alvast verklappen: dat gold ook voor dit Requiem.
Moderne muziek: dat betekent in de regel lastige intervallen, onverwachte wendingen en een ritmiek die het bestuderen waard is. Het GOK laat direct horen en zien dat er onder dirigent Ilia Belianko goed is geoefend. Het koor boft met een zo kundige en muzikaal avontuurlijke dirigent. Hij weet nieuwe materie bij de leden op een ontspannen manier tot klinken te brengen. De dirigent boft met een koor dat hem zo vertrouwd en adequaat op zijn aanwijzingen reageert. Het koor klinkt alsof het enorm vertrouwd is met de klankwereld van Chilcott.
De lastige inzet van het “Introitus en Kyrie” klinkt trefzeker. De vrouwen, die hier het voortouw nemen, fraseren mooi. Dit, in combinatie met de harmonie van Chilcott, geeft de muziek iets hypnotisch. De balans ín het koor is prima. Dynamisch kiest Belianko ervoor om heen en weer pendelen tussen PP en (net geen) MF. De balans tussen koor en de 6 instrumentalisten is niet altijd optimaal. De 4 blazers (hoorn, dwarsfluit, hobo en klarinet) zijn soms net iets te sterk bij de sfeer van het koor. Het is niet storend, soms wel jammer. De paukenist weet zich beter aan te passen bij wat het koor wil. Dat geldt ook voor de organist Ere Lievonen. Hij bespeelt het grote orgel. Zijn prachtige registratie en adequate begeleiding zijn een aanvulling op de sfeer die het koor steeds neer weet te zetten. Overigens: behoudens enkele momenten in de balans is er niets dan lof voor de musici. Het aandeel van deze 6 mag tegenover een koor van zo’n 60 mensen niet groot lijken, zij geven met hun kleur de harmonie een extra lading. Door hun professionele begeleiding kan het koor het beste uit zichzelf halen.
In dit eerste deel doen ook meteen de twee solisten hun intrede: tenor William Knight en sopraan Kaiyi Min. Twee zangers die direct laten horen boven de materie te staan. William Knight, lid van het Nederlands Kamerkoor, beschikt over een prachtige soepele tenor. Hij zingt met ogenschijnlijk groot gemak. Al is zijn stem wat bescheiden, zijn tekstbehandeling is zo precies dat hij alleraandacht gevangen houdt. Zijn interpretatie en die van het koor sluiten naadloos aan, waardoor ze gezamenlijk tot een ongelooflijke zeggingskracht komen.
Kaiyi Min heeft een krachtige, heldere sopraanstem. De balans tussen haar en het koor is mooi. Ze zingt mooie lijnen, heeft een mooie dictie en weet sommige tonen net iets meer leven in te blazen waardoor de tekst een extra diepgang krijgt. Zeker in het derde deel “Pie Jesu” waar ze in duet met het koor weet te ontroeren.
Dat de (helaas) wat kleine mannengroep genoeg zeggingskracht heeft, laat zij horen in de start van het “Offertorio”. Ze klinken homogeen en zijn goed verstaanbaar; een compliment waard. Ook in dit deel laat het koor een mooie frasering horen; prachtig, helder gezongen lijnen in elke partij geven het geheel een mooie helderheid.
Het lastigste deel is ongetwijfeld het ritmisch opzwepende “Sanctus”. Uitspraak en ritmiek moeten hier perfect zijn, anders ontspoort het geheel. Helaas gebeurt dat laatste. De iets te trage inzet van de mannen laat het geheel onbedoeld schuiven. Later trok dat gelukkig wel weer recht.
Na de uitbundige “Hosanna” klanken van het Sanctus brengen koor en tenor ons met het “Agnus Dei” weer terug naar de meditatieve sfeer die doorlopend van het werk uitgaat.
Traditioneel moet dan het “Lux Aeterna” volgen, maar Chilcott voegt hier de Engelse teks: “Thou knowest Lord” in. Deze tekst is afkomstig uit “the Book of Common Prayer” (the Burial of the Dead) en is bij velen bekend door de toonzetting van Henry Purcell. De inhoud van de tekst sluit mooi aan bij het Latijn.
Het koor kan hier laten horen wat het waard was, daar er diverse a-capelladelen in zitten. De afwerking was fraai, een goede tekstbeleving en een goede verstaanbaarheid. Er werd mooi gezongen. Al was dit de enige keer dat het bescheiden aantal mannen in disbalans was met de grotere vrouwengroep.
Met het eeuwige licht van het “Lux Aeterna” sloot deze prachtig en indrukwekkend uitgevoerde mis af. Koor, solisten en musici wisten van begin tot eind te boeien. Het is te prijzen dat het GOK de verbinding zoekt met hedendaagse componisten en het is bewonderenswaardig dat de uitvoering op zulk niveau wordt gebracht.
Eerlijk gezegd had dit wel het totale concert mogen zijn. Alles wat (muzikaal) gezegd moest worden was gezegd. Ondanks dat de mis maar ruim 30 minuten duurt. Waarschijnlijk heeft juist dit korte tijdsbestek het koor ertoe gebracht nog een “deel 2’’ uit te voeren. Een combinatie van liederen van Rutter, ”Ich will dir mein Herze schenken” (inderdaad Bach) en “Verleih uns Frieden” van Mendelssohn.
Maar de overgang van het “Lux Aeterna”, dat zo verstild eindigt, naar het uitbundige “Ich will dir” is te groot. Hoe goed het ook werd uitgevoerd, het past minder na dit requiem. Ook de tekst van het lied “Look at the world” van Rutter sluit niet echt goed aan op de inhoud van de avond. De sfeer van gelukkige verwondering die uit de muziek en de tekst ademt komt daardoor niet geheel tot zijn recht.
De verdere Rutterwerken worden goed uitgevoerd. De bassen laten in “God be in my head” horen dat zij een prachtige klank hebben. Er moeten toch meer diepe mannenstemmen zijn die in dit geheel op willen gaan? Het is onvoorstelbaar dat na deze avond zich niet meer enthousiaste (mannen)leden melden! De wel aanwezige mannen geven goed partij in “Verleih uns Frieden”, al hadden ze hier iets van de brutaliteit van de vrouwen over kunnen nemen. Daardoor had het geheel net iets overtuigender kunnen klinken.
Kortom: Het Requiem was een verrassende kennismaking met Chilcott. Het GOK heeft met de uitvoering hiervan publiek, componist en zichzelf een dienst bewezen. Artistiek gezien groeit het koor nog steeds.
Gerrit van der Heide, mei 2018

1060147

1060133

18

Recensie:            Op weg naar Bethlehem
Koor:                   Gelders Oratoriumkoor
Solisten:              Elisabeth Poz (sopraan)
Matthew Smith (tenor)
Joep van Geffen (bas)
Organist:             Ere Lievonen
Leiding:               Ilia Belianko

Zo rond de kersttijd wordt op vrijwel elk denkbare plek muziek passend bij de feestelijke tijd uitgevoerd. De hoeveelheid Engelse (koor)muziek is daarbij overweldigend zodat je je wel eens afvraagt of het stalletje niet in de buurt van Londen moet hebben gestaan en of Efrata’s velden niet ergens in Wales hebben gelegen.

De Engelsen hebben blijkbaar een patent op het voelbaar maken van de romantiek die er om de geboorte van Jezus heen hangt. Ook het GOK ontkomt er niet aan en vulde derhalve de fraaie Grote Kerk van Epe met een volledig Engels programma. Het hoofdwerk is de kerstcantate “Bethlehem” van John Maunder. Voor de pauze staan Stanford, Willcocks en Rutter op het programma.

Het Magnificat van Stanford opent de avond. Dit onbekende werk blijkt een lekkere starter voor het GOK. De koorklank is meteen goed, het geheel klinkt solide.  Dit is vooral hoorbaar in het eerste deel en in het slot (beginnend bij “He remembering His mercy” en het “Amen”). De sopranen hebben als sectie een solo die ze mooi invullen. Als geheel vallen de mooie dynamische verschillen positief op. Het verdient wel aanbeveling om aan de uitspraak te werken; niet alles is verstaanbaar. Een onduidelijke uitspraak gaat ten koste van een goede toonvorming en een doorleefde presentatie, daar is dus winst te boeken.

De organist geeft blijkt van een dienstbare houding. Dit hele deel voor de pauze reageert hij adequaat op wat er in het koor gebeurt. Zijn prima begeleiding en dito registratie zijn comfortabele pijlers onder de verrichtingen van het koor.

In het tweede lied, Angelus ad virginem van Willcocks, is een solo weggelegd voor de mannenstemmen. Ook voor hen een compliment, al moet gezegd dat ze een beetje de neiging hadden tot jagen. Het derde couplet is het antwoord van Maria op de boodschap van de engel. Dit werd gezongen door de sopraan Elisabeth Poz. Wie eerdere concerten van het GOK heeft bijgewoond kent haar heldere, krachtige sopraangeluid. De ligging van dit deel was echter net onder haar prettige ligging. Desalniettemin zong ze prima.

Tot slot stonden voor de pauze 4 liederen van John Rutter geprogrammeerd: Candlelight carol, Star carol, Angel’s carol en Christmas lullaby.

De prachtige, melodieuze muziek van Rutter past goed bij de koorklank van het GOK. De frasering is uitstekend, mooie dynamische verschillen: er wordt steeds echt een verhaal verteld, waardoor de muziek meer gaat leven. In het eerste lied hebben de tenoren een solo die goed wordt ingevuld. Ze mogen iets meer overtuigd zijn van hun eigen kunnen; een iets brutalere houding kan de klank en performance ten goede komen. Het a-capella deel blijft goed op toon.

Ook het tweede lied wordt prachtig uitgevoerd. In het derde couplet van dit lied stelt het koor zich dienstbaar op zodat de solo door de sopranen mooi tot zijn recht komt.

Ook in het derde lied wordt er mooie muziek gemaakt; de duetten tussen de verschillende stemgroepen worden met zorg uitgevoerd en zijn goed op elkaar afgestemd.

In alle liederen echter verdient de uitspraak meer aandacht: woorden worden slordig of onduidelijk uitgesproken. Daardoor komt de klankschoonheid- en kleur soms in het geding. In het vierde lied leidt dat zelfs tot onzuiver zingen in het derde couplet dat (opnieuw) a-capella wordt gezongen. Gelukkig weet het koor zich bij het laatste refrein: “Ave Maria” weer te herpakken. Dit wordt overtuigend neergezet. Het lied eindigt heel verstild; en ik vind dat zelf heel mooi zo voor de pauze.

Na de pauze is de muziek van Maunder aan de beurt.

Aan het woord is een jonge schaapherder, waarmee meteen duidelijk is dat we beginnen op velden van Bethlehem. Elisabeth Poz geeft de herdersjongen een mooie muzikale invulling.

Het koor reageert prima als engelen; helaas rommelen de mannen wat als zij moeten antwoorden: “who was He”.

Het is te horen dat het koor het leuk vindt de diverse rollen die de componist hen in het stuk geeft in te vullen. Ze reageren prima op de aanwijzingen van hun dirigent en klinken vol overtuiging. De verschillende partijen kleuren mooi zodat er een rijke koorklank ontstaat die interessant is om naar de luisteren. Dat er ook aan techniek wordt gewerkt laten de sopranen horen: zij sluiten het laatste koor van het het eerste deel af met mooi gezongen hoge tonen.

Dat het koor over prima zangers beschikt bewijzen de vier koorsolisten die een enkele keer als kwartet hun aandeel hebben in “Bethlehem”. Ze goed voorbereid op hun taak en zingen ze overtuigend. De stemmen kleuren goed bij elkaar, hoewel de middenstemmen wat meer zekerheid mogen laten doorklinken in hun partijen.

In het tweede deel heeft de bas/bariton een groot aandeel. Hoewel het om twee verschillende stemmen gaat, wordt dit gezongen door 1 man: Joep van Geffen. Hij beschikt over een rijke, warme bas/bariton. Hij weet zijn partij vol overtuiging en met een prachtige lyriek neer te zetten. Aan het slot van dit tweede deel moet hij zelfs in duet (vraag en antwoord) met zichzelf. Hij weet dit heel knap te doen. Het koor heeft hier de rol van reiziger: ook zij kwijten zich hier goed van hun taak: de piano inzet, het crescendo en decrescendo beheersen ze prima waardoor de suggestie wordt gewekt dat de reizigers aankomen, bij ons zijn en weer verder trekken. Een prachtig deel!

De tenorsolist, Matthew Smith, klinkt wat vermoeid. Zijn hoogte wordt gedurende de avond steeds iets minder en in het duet met de bas, in het derde deel,  weet hij helaas niet voldoende partij te bieden.

Het “O softly, softly”, is het mindere koordeel, ze zakken een beetje waardoor het geheel onzuiver wordt. Elisabeth Poz zingt een slaaplied als Maria: ze doet dit met een prachtige interpretatie. De reactie van de tenoren en bassen tussen couplet twee en drie is adequaat.

Het koor hersteld zich en de slotdelen worden mooi gezongen: de klank blijft tot het eind toe prima en met de goede intentie.

Door het goede kijkwerk naar de dirigent kan deze zijn koor goed meenemen in een geloofwaardige interpretatie: Ilia Belianko weet duidelijk wat de sterke punten van zijn koor zijn. Hij weet met zijn zangers mooie lyrische lijnen te ontwikkelen en een mooi afwisseling in dynamiek te creëren. Zijn adequate, duidelijke directie en mimiek zorgen ervoor dat zijn koor precies weet wat hij wil. En dat betaalde zich uit in een mooie, muzikale avond.

 Feestelijke Messiah door Gelders Oratoriumkoor

April 2017

Het Gelders Oratoriumkoor bestaat 25 jaar en pakte voor de gelegenheid  groots uit met een jubileumconcert in de Grote Kerk van Elburg,  een  uitvoering van de Messiah, het geliefde meesterwerk van G. F. Handel, waarin  verdriet en feestvreugde rondom leven en sterven van Jezus Christus centraal  staan. Waarbij vreugde en dankbaarheid uiteindelijk de boventoon voeren,  gevoelens die ook overheersen bij het zilveren jubileum van dit regionale  oratoriumkoor, dat in de afgelopen kwart eeuw zijn sporen meer dan verdiend  heeft.

Immers, het koor heeft in die jaren een grote verscheidenheid aan  monumentale werken over het voetlicht gebracht. Talrijke componisten  kwamen voorbij, van Schütz tot Beethoven, van Bach tot Mozart en  Mendelssohn. Maar ook hedendaagse composities ontbreken niet: in 2015  werd Ola Gjeilo’s  “Sunrise Mass” met veel succes uitgevoerd en volgend jaar s  staat Bob Chilcott’s Requiem op het repertoire.

Sinds 2014 is het Ilia Belianko, die de zangers en zangeressen van het Gelders  Oratoriumkoor mag meenemen in zijn muzikale gedachtengoed. Dat hij hierin  geslaagd is, was wonderwel hoorbaar in deze magnifieke Messiah met een  uiterst doorzichtige, lichte koorklank waarin elke koorpartij goed tot zijn recht  kwam.

De akoestiek van de Grote Kerk is in die zin gevaarlijk dat de rijk versierde  melodieën vaak verzanden in een dikke klankbrij. Niet bij Belianko en de  zijnen. Licht, helder en precies: deze kenmerken waren vanaf de eerste inzet  tot de laatste noot essentieel.

Het maakte het luisteren naar dit koor tot een feest voor het oor. De inzetten  waren punctueel; de muzikale lijnen kwamen goed uit de verf; de fugatische  partijen vloeiden soepel in elkaar over; de coloraturen van de alten en de  sopranen werden helder neergezet; de balans tussen de tenoren, alten en  sopranen was mooi in evenwicht; de ondersteuning door de bassen, zelfs in de  technisch lastige loopjes, vormde een mooie basis voor een prachtige  koorklank. Het koor had duidelijk veel aandacht besteed aan articulatie,  dynamiek en expressie, zo belangrijk in dit vaak virtuoze werk. Ging er dan  niets mis? Natuurlijk. Maar de kleine foutjes, niet of nauwelijks opgemerkt  door de genietende toehoorder in de kerk, werden binnen enkele maten  rechtgezet. Hoogtepunt was ook bij deze Messiah uitvoering  het Halleluja  koor. Geweldig uitgevoerd, rijk van stemkleur, met brede stemvoering  neergezet. Chapeau voor het koor in hun schitterend eerbetoon aan de King of  Kings en de Lord of Lords.

 

Dirigent Ilia Belianko mocht zich ook gelukkig prijzen met de begeleiding door  het uitstekende Nationaal Symfonisch Kamerorkest, dat niet alleen in zijn  ensemblespel een geweldige muzikaliteit en virtuositeit ten toon spreidde,  maar ook over eersteklas solisten bleek te beschikken. Daarnaast vormden de  sopraan Elma van den Dool, de alt Myra Kroese, de tenor François Soons, en  de bas Nanco de Vries met hun prachtige vertolkingen van de recitatieven en  aria’s voor de parels in de kroon van deze geweldige Messiah, een feestavond  om te koesteren, met veel muzikale hoogstandjes en een prachtig evenwichtig  koorgeluid. Een groot compliment voor de dirigent, die met deze uivoering  zichzelf, de toeschouwers en, last but not least, zijn Gelders Oratoriumkoor,  een prachtig verjaardagsgeschenk aanbood .